Veiligheid bij een mindfulness- of compassietraining

Herken je dat? Je start de eerste les van je mindfulness- of compassietraining en de nieuwe groepsleden komen een voor een binnen. De situatie is voor iedereen nieuw en voor de meeste mensen spannend, (inclusief voor jezelf). Je ziet je nieuwe deelnemers rondkijken en afchecken: ‘Waar wil ik zitten? Welke mensen voelen ok? Zijn er mensen waar ik liever niet naast wil zitten? Welke plek lijkt me gunstig, welke plek wil ik liever niet hebben?’

 

Onze veiligheidsdetector

Dit gebeurt in eerste instantie onbewust. Hier is ons autonome zenuwstelsel (AZS) aan het werk, dat de taak heeft veiligheid en onveiligheid in onszelf en in onze omgeving instinctief te signaleren. Dit gebeurt met name in situaties die we nog nooit hebben meegemaakt. Dat gebeurt dus ook bij begin van een mindfulness-training en kan zich zelfs in verschillende lessen opnieuw voordoen.

 

Veiligheid ondersteunen binnen een groep

Door kennis van het autonome zenuwstelsel krijgen we belangrijke tools om veiligheid in een groep te bevorderen. Een leerproces zonder veiligheid bestaat namelijk niet. Daarbij is het goed om te weten dat ons AZS en ons brein geen verschil maken tussen een prettig gevoel en een gevoel van veiligheid, of een onprettig gevoel en een gevoel van onveiligheid. Voor ons instinctieve programmering is dat precies hetzelfde.

Hoewel het AZS onbewust reageert, kunnen we toch leren ons en andermans AZS op veilig te zetten. Dat komt de hele groep en het leerproces in de groep ten goede.

Het mooie is dat de training in mindfulness zelf een belangrijke bijdrage levert aan veiligheid. Als mindfulness-trainer weten we dat onze houding van open, vriendelijke en niet-oordelende aandacht bijdraagt aan een leerproces waarin Vertrouwen, Verbinding en Voldoening trefzeker opbloeien: de VVV van een gezond functionerend autonoom zenuwstelsel. Vertrouwen, verbinding en voldoening betekent drie keer veilig voor het AZS.

 

De veiligheidswaakhond - het AZS

Kennis over deze 'veiligheidswaakhond' – het AZS - kan ons als mindfulness-trainer trefzeker maken om mensen een veilig leerproces aan te bieden.

Wat kunnen we van het AZS leren?

 

Instinctieve intelligentie

Het AZS bestaat uit een ingenieuze samenwerking van verschillende levende systemen. Het vormt de basis voor onze instinctieve intelligentie. Ons AZS bestaat daarbij uit drie verschillende zenuwgroepen die zich in de loop van de evolutie ontwikkeld hebben om voor ons overleven en daarmee voor onze veiligheid te zorgen. Alle drie hebben ze de taak om gevaar te scannen en naar veiligheid te zoeken. En iedere zenuwgroep doet het op een eigen en specifieke manier. Deze drie systemen functioneren buiten onze wil om. Ze vertalen zich in fysiologische reacties, die volledig automatisch werken. Ze overkomen ons in reactie op signalen uit onze omgeving en in reactie op signalen uit onze binnenwereld. De reacties van het AZS zijn diep geprogrammeerd in ons brein en lichaam. Ze komen vele malen per dag voor in onze interactie met mensen en door prikkels in onze omgeving.

 

In het plaatje hiernaast  zie je de blauw getekende zenuwbanen. Dit is het evolutionair jongste systeem, met de naam ‘het sociale zenuwstelsel’. Het omvat het gezicht, nek, ogen, neus, oren, kaken en hart. De vele kleine spiertjes in ons gezicht worden door dit systeem aangestuurd. Dit is de ventrale vagus (het evolutionair jongste deel van de parasympathicus). Bij veiligheid zorgt de ventrale vagus voor een gevoel erbij te horen en verbonden te zijn. We leren hier voor veiligheid te zorgen middels empathische afstemming op de ander of de groep: een glimlach, een vriendelijke blik, een aangename stem communiceren veiligheid. We voelen ons gezien. We voelen ons erbij horen.

Maar ook bij onveiligheid reageert de ventrale vagus. Een frons, naar beneden getrokken mondhoeken, een harde stem, ogen, die zich afwenden, dat communiceert onveiligheid. We voelen ons dan niet gezien of geïsoleerd.

Het bruine-gele systeem is de sympathicus. Bij veiligheid draagt dit zenuwsysteem bij aan voldoening: we kunnen grijpen en pakken wat we nodig hebben: eten en drinken, kleren, beschutting. Maar ook immateriële behoeften zoals bevredigende lesstof, een  goed gesprek met  een collega of vriend of een uitdaging die tot een mooi resultaat leidde.

Bij onveiligheid zorgt dit systeem voor actief afweren, vechten of vluchten. We raken geïrriteerd of gefrustreerd, de stem wordt harder, we worden defensief of voelen ons aangevallen.

Het rode systeem heet de dorsale vagus, het evolutionair oudste deel van de parasympathicus. Bij veiligheid zorgt dit systeem voor ontspanning, uitrusten, genieten en herstellen.

Bij onveiligheid zorgt dit systeem ervoor dat we ‘onzichtbaar’ worden door terug te trekken of in het ergste geval te ‘bevriezen’, te verstarren, te verslappen of flauw te vallen.

 

Hoe kunnen we dit vertalen naar onze mindfulness-lessen?

De veiligheid van de trainingsruimte

Uiterlijke condities worden door ons autonome zenuwstelsel onbewust geregistreerd en beïnvloeden het gevoel voor veiligheid. Bij voorbeeld of licht, geluid en temperatuur in orde zijn. Een prettige ruimte met vriendelijk en zacht licht, de afwezigheid van storende geluiden van elektrische apparaten of van een airco, een temperatuur die niet te warm en niet te koud is. Dat is belangrijke informatie voor een mindfulness-trainer. De sfeer van de ruimte, waarin we de training geven doet ertoe! Uiterlijke condities kunnen een hoop verschil maken of je training moeizaam loopt of gemakkelijk.

 

Veiligheid in het contact met anderen

Allereerst: Geef bij de eerste kennismaking een glimlach, een waarderend woord, een warm welkom...de ander (en jij zelf) gaat vanzelf op veilig en jullie hebben een goed begin gemaakt voor de mindfulness-les. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar zet het maar bewust in, je zult merken dat het verschil maakt.

Je kunt sociale veiligheid ook door een oefening activeren, die tevens elementen van mindfulness gebruikt en de ventrale vagus – ons sociale zenuwstelsle – activeert.

 

Hier een oefening:

  • Om en om stelt zich iedere deelnemer voor met de volgende zin: “Ik ben (b.v.) Hans.”
  • De andere deelnemers antwoorden gezamenlijk: “Welkom, Hans”.
  • ‘Hans’ neemt even de tijd om te voelen wat dit ‘welkom’ teweeg brengt in het lichaam en wat voor emoties dit oproept. Als mindfulness-trainer moedig je hier aan te vertragen zodat het opgemerkt kan worden.
  • Eventueel kun je de deelnemers daarna vragen om kort benoemen wat de reacties zijn op dit ‘welkom’ in lichaam, emoties en gedachten. Dat past dan meteen mooi bij de lesstof, die je bij mindfulness leert: gedachten (in dit geval woorden), emoties en lichaamssensaties zijn met elkaar verbonden.

 

Resultaat van de oefening

Er ontstaat veel levendigheid en warm contact, men voelt meer verbinding, meer waardering en meer openheid. Zo’n begroeting kan trouwens ook spannend zijn en voor de een of ander een heuse uitdaging. Maar in de meeste gevallen ontstaat er een gevoel van: ik mag er zijn, ik kan me hier thuis voelen, het is veilig tussen deze mensen.

 

Deze blog is geschreven door Dorle Lommatzsch, hoofddocent aan De Academie voor Open Bewustzijn. De Academie verzorgt sinds 2010 opleidingen, workshops en trainingen op het gebied van mindfulness en communicatie. We zetten ons in voor vredesonderwijs en maatschappelijke vernieuwing in allerlei vormen. Klik hier en lees meer over ons aanbod.

Masterclass Mindfulness en Neurowetenschap

21 en 22 oktober geven wij een tweedaagse masterclass voor mindfulness- en compassietrainers met het thema: Mindfulness en neurowetenschap.

In januari 2021 starten we met de nascholing voor de Mindful Professional: een intensieve training van 12 dagen! Lees hier meer...

 

 

Geplaatst in Mindfulness, Neurowetenschap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *